Kwaliteit & veiligheid 3/3: continu verbeteren

Jaarverslag 2017

Kwaliteit en veiligheid 3/3:
continu verbeteren



NIAZ en interne audits


Het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg (NIAZ)
Op de beide locaties van het fusieziekenhuis wordt de basis van ons kwaliteitssysteem gevormd door het NIAZ . Deze organisatie ondersteunt zorginstellingen bij het verbeteren en borgen van de kwaliteit van zorg. In september 2016 heeft er op locatie Purmerend een audit plaatsgevonden door het NIAZ, met als doel om voor de derde maal een instellingsbrede vervolgaccreditatie te behalen. Het NIAZ heeft op 24 januari 2017 laten weten dat locatie Purmerend de accreditatiestatus heeft behouden tot 2021. Voor locatie Hoorn verloopt de accreditatie in november 2018. Het bleek niet wenselijk en haalbaar om in een jaar tijd, in de sterk veranderende fusieorganisatie, een nieuw normenkader te implementeren en te laten toetsen. In overleg met het NIAZ is daarom een nieuwe planning gemaakt, die aansluit bij de ontwikkeling van ons ziekenhuis. Dit is voorgelegd aan de zorgverzekeraars en aan de IGJ. Het fusieziekenhuis streeft nu naar een gezamenlijke accreditatie, die zal plaatsvinden in maart 2020, volgens NIAZ Qmentum Global. In 2019 zal er al een proefaudit plaatsvinden op de verplichte instellingsrichtlijnen.

Een belangrijk startpunt van het NIAZ Qmentum accreditatietraject is de zelfevaluatie, om inzicht te krijgen in de ervaren stand van zaken rondom de normen van NIAZ Qmentum. Daarnaast is een randvoorwaarde voor het traject dat er een cultuurmeting is, die inzicht geeft in de cultuur rondom patiëntveiligheid. Deze zelfevaluatie en cultuurmeting zijn eind 2017 uitgevoerd. In 2018 worden de uitkomsten bekeken en aan de hand daarvan worden er verbetermaatregelen geformuleerd. Dit gebeurt per afdeling, door zogeheten Qteams. De verbeteracties worden gaandeweg 2018 getoetst, o.a. via interne audits.

Interne audits 
Vanaf de zomer van 2017 worden de interne audits uitgevoerd volgens de tracer methodiek. Collega’s zijn en worden opgeleid in samenwerking met NIAZ Qmentum om de audits uit te voeren. De tracer methodiek stelt de processen rondom de patiënt centraal en sluit daarmee aan bij de Lean bedrijfsfilosofie. De methode volgt de patiënt in het zorgproces en maakt inzichtelijk waar de patiënt is geweest, welke processen zijn doorlopen en hoe deze op elkaar aansluiten. Voordeel daarvan is dat we de daadwerkelijke stand van zaken nagaan en niet alleen systemen doorlopen om te toetsen of protocollen aanwezig en actueel zijn. We toetsen op diverse thema’s die vanuit NIAZ Qmentum komen, het Veiligheid Management Systeem (VMS) en vanuit de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). We toetsen de thema’s volgens een vastgestelde jaarplanning. De uiteindelijke rapportage bevat de algemene indruk en de bevindingen van de auditoren omtrent de normen, met toelichting en verbeteradviezen. De verbeteradviezen worden door de themaeigenaren en betreffende afdelingen omgezet in verbetermaatregelen en opgenomen in de verbetercyclus iTask. In 2018 gaan we het proces rondom interne audits nog meer verbeteren.

Interne audits in de praktijk
De eerste ervaringen met deze vorm van audits is positief. De interne audits worden kort van te voren aangekondigd bij de afdeling waar het thema speelt of is belegd. Afhankelijk van de eerste bevindingen wordt de audit, in overleg, vervolgd op andere afdelingen. Patiënten die we vragen naar hun ervaring, werken graag mee aan de audits. Ook medewerkers zijn vaak positief over de komst van de auditoren en maken tijd om ze te woord te staan. Voorbeeld van een uitgevoerde audit is het toetsen van het proces van voorlichting aan patiënten. Deelnemers aan de audit, gaven aan de ze de patiënt mondeling informeren over de afspraak en folders meegeven. De auditoren hebben ook gesproken met een patiënte en diens partner. De patiënte gaf aan dat ze geen duidelijk aanspreekpunt ervaart. Ze ziet meerdere medewerkers en heeft soms het idee meermaals haar verhaal te moeten doen. Ook vindt ze dat de voorlichting onvolledig is geweest. De gegeven toelichting is vooral medisch en gaat verder niet over het proces. De auditoren gaven advies om patiënten direct te betrekken bij het verbeteren van dit proces.

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op de geleverde kwaliteit van zorg in ziekenhuizen en verricht (thematisch) onderzoek om hier op toe te zien. In 2017 is IGJ, aangekondigd en onaangekondigd, op één van de locaties langsgekomen voor onderstaande thema’s:
  • high risk medicatie
  • kinderoncologische zorg shared care centra
  • scopendesinfectie
  • antistolling
  • Convenant Medische Technologie
IGJ constateerde vaak dat het goed ging, maar gaf ook waardevolle verbeterpunten mee. Deze verbeterpunten zijn opgepakt en hebben ertoe geleid dat tekortkomingen op orde zijn gebracht.

Convenant Medische Technologie
In 2017 werd door Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vastgesteld dat het Convenant Medische Technologie onvoldoende geïmplementeerd was op locatie Hoorn. Dat heeft er toe geleid dat IGJ een aanwijzing heeft gegeven. Hierop volgde een intensief verbetertraject, waarbij we zowel gewerkt hebben aan het schrijven van nieuw beleid, als aan de invoering ervan in de praktijk. We hebben de bekwaamheden van medewerkers en medisch specialisten inzichtelijk gemaakt en de dossiervorming bij aanschaftrajecten verbeterd. Daarnaast zijn medewerkers zich meer bewust van de risico’s van het gebruik van medische technologie. Op 11 januari 2018 stelde IGJ vast dat het Convenant Medische Technologie voldoende was geïmplementeerd en geborgd in de organisatie, en werd de aanwijzing opgeheven.

Na aanwijzing voldoet Westfriesgasthuis weer aan eisen Convenant


In juni werd het Westfriesgasthuis door de Inspectie Gezondheid en Jeugd (IGJ) gewezen op een aantal tekortkomingen in de toepassing van het Convenant Medische Technologie. Werk aan de winkel voor Koen van Gils, destijds nog maar een paar maanden in dienst als klinisch fysicus.

“Het gaat om een landelijk convenant dat voorschrijft hoe je omgaat met medische technologie in een ziekenhuis”, vertelt Van Gils. “Daarbij gaat het om zowel de apparatuur als om de materialen: naalden, spuitjes, medische software, enzovoort. Eigenlijk alles wat je voor een patiënt gebruikt en dat geen geneesmiddel is. Het convenant vraagt dat je beschrijft hoe je met de hele cyclus omgaat, van de aanschaf en het gebruik – met alle mogelijke risico’s – tot en met de afvoer.”

Interventiecampagne
Bij bezoek van IGJ bleek dit op verschillende vlakken niet op orde te zijn. Een officiële aanwijzing volgde. “Er was bijvoorbeeld beperkt inzicht in de bevoegd- en bekwaamheid van gebruikers van apparatuur en niet al het onderhoud was conform planning uitgevoerd. Ook was het protocol voor de risico-inventarisatie van het gebruik van apparatuur vóór ingebruikname niet goed op orde.”

Er werd een interventiecampagne gestart zo snel mogelijk verbeteringen aan te brengen. “We hebben er meteen voor gezorgd dat het onderhoud van alle apparatuur op orde kwam. Ook zijn er nieuwe procedures en protocollen geschreven en aan de mensen op de werkvloer gecommuniceerd. In het systeem waar bekwaamheden van medewerkers worden geregistreerd zijn extra rapportagemogelijkheden toegevoegd.”

Naast de eerste actie om de geconstateerde onvolkomenheden op te lossen, is er een ‘regiegroep medische technologie’ in het leven geroepen die de duurzaamheid van de verbeteringen gaat borgen. “Een belangrijke uitdaging is dat het onderwerp voor alle medewerkers gaat leven. Je kunt het mooiste beleid hebben, maar hoe krijg je het op de werkvloer? Voorlichting speelt daarbij een belangrijke rol.”

Leren van Purmerend
In januari 2018 kwam IGJ terug en werden alle onderdelen als voldoende beoordeeld. “In het hele proces konden we leren van de manier waarop het in Purmerend georganiseerd was. Tegelijk konden we naderhand de verbeterslag ook weer terugvertalen naar Purmerend. Nu hebben we het op beide locaties goed voor elkaar.”


Activiteiten infectiepreventie


Scholing isolatiebeleid
Naar aanleiding van een bezoek van Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in 2016 kregen we als aanbeveling dat medewerkers getraind moeten worden in het veilig in- en uitsluizen tijdens isolatieverpleging. Op beide locaties worden de medewerkers nog steeds structureel geschoold op dit item.

Ziekenhuisbrede audit op TIP 3
De IGJ is in 2017 gestart met het bezoeken van ziekenhuizen aan de hand van het toetsingskader ‘Toezicht Infectiepreventie deel 3’ (TIP 3). De focus ligt hierbij op de basis hygiënemaatregelen en de extra maatregelen die moeten worden getroffen in het kader van de bestrijding van bijzonder resistente micro-organismen (BRMO, inclusief MRSA). Beide locaties willen voldoen aan de normen die door IGJ gesteld zijn en daarom heeft er in mei/juni 2017 ziekenhuisbreed een audit plaatsgevonden in het kader van TIP 3. De aanbevelingen zijn teruggekoppeld naar de afdelingen en zijn voortvarend opgepakt. Zo zijn de afvalbakken in de patiëntenruimtes vervangen door exemplaren met pedaal die voldoen aan de gestelde norm.

Ziekenhuisbrede audit op thema “vernevelen”
In maart 2017 bezochten de deskundigen infectiepreventie op beide locaties diverse afdelingen. De kennis op het gebied van vernevelen is getoetst. Daarnaast is er binnen documentbeheersysteem iProva met de zoektermen ‘vernevelen’ gezocht naar documenten. Deze zijn getoetst aan WIP-richtlijn die hierop van toepassing is. Aanbevelingen zijn door een werkgroep opgepakt en ziekenhuisbreed geïmplementeerd. Zo is de vervangingsfrequentie van de vernevelsets aangepast. Dit is ook vastgelegd in een organisatiebreed vernevelprotocol. Verder werden op beide locaties vernevelaars gebruikt die zonder perslucht medicijnen vernevelen, maar die zijn niet geschikt voor gebruik in ziekenhuizen. Daarom is in Purmerend een alternatief in gebruik genomen, namelijk mobiele persluchtcilinders. De verpleging is geschoold in het gebruik hiervan. De mobiele persluchtcilinders worden ook voor locatie Hoorn het alternatief.

Quickscan handhygiëne
De afdeling infectiepreventie heeft in december de handhygiëne-quickscan uitgevoerd. Hierbij zijn de OK en alle klinische-, poliklinische- en functieafdelingen beoordeeld op het naleven van de voorwaarden voor het juist kunnen uitvoeren van handhygiëne.

In totaal zijn 364 medewerkers die patiëntgebonden werkzaamheden verrichten, beoordeeld op de volgende punten:
  • Onderarmen vrij (opgestroopte mouwen tot aan elleboog);
  • Geen hand- / polssieraden/ handbrace,.of iets dergelijks;
  • Geen nagellak/ kunstnagels en nagels kortgeknipt (nagels van handen niet zichtbaar vanaf binnenkant hand).

350 medewerkers scoorden hierbij op alle items goed (=96%). Deze resultaten zijn teruggekoppeld aan de zorgmanagers, medisch managers en afdelingshoofden.

Beheersen van risico’s in de patiëntenzorg


Bij het inrichten van zorg- en werkprocessen, grote projecten binnen zorgafdelingen, het facilitair bedrijf en ICT worden prospectieve risico-inventarisaties (PRI’s) uitgevoerd. Tijdens een PRI worden alle risico’s voorafgaand aan de start van het traject of project geïnventariseerd en beoordeeld, en beheersmaatregelen worden vastgelegd. Dit gebeurt in aanwezigheid van vertegenwoordigers van alle betrokken afdelingen.

Er wordt door de risk officer toegezien op de kwaliteit van de uitgevoerde PRI:
  • Het eigenaarschap;
  • De volledigheid van de uitgevoerde analyse;
  • De formulering, vastlegging en toewijzing van beheersmaatregelen.

Meer informatie over de doorontwikkeling van het risicomanagementsysteem leest u hier.

Visitaties
Longgeneeskunde Hoorn 17.03.2017
Dermatologie Hoorn 18.05.2017
KNO Hoorn 16.06.2017
Reumatologie Hoorn 29.06.2017
Urologie Hoorn 13.11.2017
Kaakchirurgie Purmerend 10.11.2017
Opleidingsvisitatie Cardiologie Hoorn 16.11.2017
Opleidingsvisitatie Oogheelkunde Hoorn 14.12.2017
 

In 2017 zijn de opleiding Cardiologie en de opleiding Oogheelkunde gevisiteerd op de kwaliteit en organisatie van hun opleiding. Beide opleidingen hebben de erkenning voor weer vijf jaar verkregen.

Tuchtzaken
In november 2017 heeft het Centraal Tuchtcollege uitspraak gedaan in een zaak tegen een van onze orthopedisch chirurgen. Klager was tegen de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege (klacht ongegrond) in beroep gegaan. In hoger beroep werd de klacht eveneens ongegrond verklaard.

Daarnaast gingen in 2017 twee SEH-artsen in beroep tegen een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege. Zij hebben beiden een berisping gekregen.

Ook werd in 2017 bij het Regionaal Tuchtcollege een klacht ingediend tegen een chirurg. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen, de patiënt gaat in beroep.

Klachten en claims

Wij streven naar het leveren van goede, verantwoorde en veilige zorg én naar tevredenheid bij onze patiënten over de geleverde zorg. Het bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de zorg en het constant verbeteren hiervan is een continu proces. In dit proces is input van groot belang: van onze medewerkers en/of onze directe partners, die hun meldingen kunnen doen via een VIM-commissie (Veilig Incident Melden) of een TIM-commissie (Transmurale Incident Meldingen) en van onze patiënten en hun naasten, via de klacht- en claimbehandeling.

Grafieken__01
Grafieken__02
Wat gebeurt er op het gebied van klachten en meldingen?

In 2017 zagen we een daling in het totaal aantal klagers (meldingen) en klachten (deelmeldingen) ten opzichte van 2016. Deze daling is te danken aan een aanzienlijk lager aantal klachten op locatie Purmerend, ten opzichte van de voorgaande jaren; op locatie Hoorn was er sprake van een lichte stijging.

De meeste klachten werden bemiddeld door de klachtenfunctionarissen, of afgehandeld door de afdelingen zelf (via het Zorginformatiepunt/Patiënten Service Punt). In 10% van de gevallen wilde de klager een beoordeling door de klachtencommissie.

Per 2018 wordt op beide locaties gelijk geregistreerd.
Grafieken__03
Grafieken__04
Claims
In 2017 was er nog sprake van twee ziekenhuisverzekeraars: locatie Hoorn was verzekerd bij MediRisk, locatie Purmerend bij CentraMed. Per 1 januari 2018 is het fusieziekenhuis verzekerd bij CentraMed.

Claims locatie Hoorn
Het totaal aantal ingediende claims/ aansprakelijkstellingen op locatie Hoorn bedroeg 17 (21 deelmeldingen). Dit is in lijn met de ingezette daling vanaf 2015. Alle 17 claims werden doorgeleid naar MediRisk; ten opzichte van 2016 (14) is dit een lichte stijging en ten opzichte van 2015 (20) een daling. Eén claim werd intern afgehandeld na afwijzing door de verzekeraar.

In drie gevallen is aansprakelijkheid erkend, in twee een voornemen tot erkenning voorgelegd en in twee gevallen is aansprakelijkheid afgewezen. De overige tien claims zijn nog in behandeling; in vier procedures loopt een externe expertise na afwijzing.

Aard van de claims:
  • diagnose: tien claims
  • behandeling/interventie: vier claims
  • medicatie: één claim
  • operatie: twee claims
Grafieken__05_V2
Ten opzichte van de benchmark (vergelijkbare ziekenhuizen verzekerd bij MediRisk) heeft locatie Hoorn in 2016 en 2017 aanzienlijk minder claims ontvangen en is er sprake van een aanzienlijk lagere schadelast over de laatste vijf jaar.

Claims locatie Purmerend
Het aantal ingediende claims/ aansprakelijkstellingen bij CentraMed vertoonde een lichte stijging van zeven naar tien. Bij één claim bleek de verkeerde organisatie te zijn aangesproken, waardoor uiteindelijk voor locatie Purmerend negen claims door CentraMed in behandeling zijn genomen. Daarnaast waren er drie pro forma meldingen. Acht verzoeken om schadevergoeding werden in overleg met de betrokken specialismen en de raad van bestuur intern afgehandeld.

Aard van de claims:
  • operatie: twee claims
  • medicatie: twee claims
  • behandeling: twee claims
  • verpleging/ verzorging: twee claims
  • informed consent: één claim
Grafieken__06
Van de negen claims in 2017 is er één afgewezen, maar nog niet afgesloten. De ingediende claims betroffen even vaak de snijdende als de niet snijdende specialismen.

In het jaar 2017 zien we een toename van de totale schadelast. Het betreft hier overigens gereserveerde bedragen, aangezien alle claims van 2017 nog in behandeling zijn bij CentraMed. Wat de daadwerkelijke schadelast is, kan pas na het sluiten van de dossiers worden vastgesteld.

Calamiteiten
Op locatie Hoorn en locatie Purmerend is een calamiteitencommissie ingesteld die verantwoordelijk is voor het onderzoek naar (mogelijke) calamiteiten. In 2017 is gewerkt aan een gezamenlijke calamiteitencommissie en een gezamenlijke calamiteitenprocedure voor het fusieziekenhuis, die per 1 januari 2018 van kracht is.

In 2017 hebben beide calamiteitencommissies (mogelijke) calamiteiten onderzocht. De commissie bepaalt of er daadwerkelijk sprake is van een calamiteit, of toch van bijvoorbeeld een complicatie. De raad van bestuur heeft de IGJ (conform regelgeving) in 2017 op de hoogte gebracht van zeven (mogelijke) calamiteiten voor locatie Hoorn en acht (mogelijke) calamiteiten voor locatie Purmerend. Voor het onderzoek naar deze calamiteiten is er een SIRE-commissie samengesteld (Systematische Incident Reconstructie en -Evaluatie). Deze doet door middel van de zogenaamde SIRE-methode onderzoek naar de calamiteit. De uitkomsten van de rapporten zijn besproken met de raad van bestuur en binnen de afdelingen, zodat alle betrokkenen konden leren van de gebeurtenissen. De raad van bestuur zet de verbeteracties uit en houdt in de gaten of deze acties daadwerkelijk worden uitgevoerd. Daarnaast investeert het ziekenhuis in bewustwording rond informatieveiligheid, privacy en medisch beroepsgeheim. Zo worden gebruikers bijvoorbeeld in teamoverleggen bewust gemaakt van de risico’s van het gebruik van internet en mailverkeer, en is er een trainingsprogramma beschikbaar voor stagiaires.
Grafieken__07-2
Grafieken__092
Veilig Incident Melden (VIM)
Het melden van (bijna-) incidenten is essentieel om de kwaliteit van de zorg te kunnen verbeteren. Wij vertrouwen er op dat incidenten en bijna-incidenten worden gemeld en stimuleren medewerkers dit te doen.

Grafieken__11

Het aantal gemelde incidenten in Hoorn in 2017 bedroeg 2010, inclusief 190 meldingen in het nieuwe meldsysteem dat vanaf 20 november 2017 in gebruik is genomen. Dit is een toename ten opzichte van 2016, maar een afname ten opzichte van de jaren daarvoor.

Grafieken__13
Het aantal gemelde incidenten in 2017 bedroeg 1588. Dit is een afname ten opzichte van eerdere jaren.

Vanaf 20 november 2017 is het nieuwe meldsysteem op locatie Hoorn in gebruik genomen. Op beide locaties wordt nu gewerkt met iTask, een module van Infoland. Met het nieuwe systeem is het melden eenvoudiger geworden en zijn er (veel) betere rapportagemogelijkheden beschikbaar.

Meldingen worden binnen de decentrale VIM-commissies besproken en zoveel mogelijk afgehandeld en geanalyseerd. Daarnaast is er een centrale VIM-commissie. De taken van de centrale VIM-commissie richten zich op:
  • sturing en begeleiding van de decentrale VIM commissies en het bewaken van meldingssystemen op afdelingsniveau;
  • analyse van meldingen van VIM-commissies;
  • signaleren van trends (bijv. incidenten die zich ziekenhuisbreed voordoen);
  • het voor de afdelingshoofden en VIM-commissies ter beschikking stellen van rapportages en grafieken, voor wat betreft aantal meldingen en aard, oorzaak en gevolgen van de incidenten.
Zolang het documentbeheersysteem iProva voor beide locaties nog niet is samengevoegd, blijven beide centrale VIM-commissies naast elkaar bestaan. Wel is er in 2017 een start gemaakt met de voorbereidingen voor het samenvoegen van beide centrale VIM-commissies.

Locatie Hoorn (aard meldingen)
Een uitsplitsing van het aantal meldingen naar aard van de incidenten (tot 20 november 2017), geeft het volgende beeld:
Aard-meldingen-Hoorn

Locatie Purmerend (aard meldingen)
Het aantal (digitale) meldingen bedroeg in 2017 in totaal 1588. Een uitsplitsing naar aard van de incidenten, geeft het volgende beeld:
Aard-meldingen-Purmerend
Omdat bij een melding verschillende categorieën kunnen worden ingevuld, komt het aantal meldingen (1588) en het aantal meldingen naar aard incident (1644) niet overeen.

Informatiebeveiliging
Als ziekenhuis vinden wij het belangrijk dat gegevens van patiënten op het juiste moment beschikbaar zijn, correct en volledig, en alleen toegankelijk voor degenen die hiervoor bevoegd zijn. Daarnaast moeten (en willen) we goed in kaart brengen welke risico’s we lopen met betrekking tot informatieveiligheid en welke maatregelen daarvoor passend zijn. Daarbij gaat het niet alleen om de informatie op computers, maar ook om de informatie op papier en om het gedrag van medewerkers die met de informatie omgaan.

Met de aanstellingen van een Functionaris Gegevensbescherming (FG) en een Information Security Officer (CISO) in 2017 voldoet het ziekenhuis op dit punt aan de Europese wetgeving voor Informatiebeveiliging, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

De organisatie heeft in 2017 twee meldingen gedaan van een datalek bij de Autoriteit Persoonsgegevens. We spreken van een datalek als persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen toegang tot die gegevens zouden mogen hebben.

Het betrof:
  • gebruik van niet-geanonimiseerde kopie van de productiedatabase, als testomgeving voor het Landelijk Schakel Punt;
  • een datalek bij externe bewerker Medical Research Data Management (MRDM); persoonsgegevens met betrekking tot vier kwaliteitsregistraties waren tijdelijk zichtbaar voor andere aangesloten ziekenhuizen en derden.

Purmerend verhoogt verpleegindex: minder patiënten per verpleegkundige


In het Waterlandziekenhuis werd in 2017 de verpleegindex verhoogd: door meer verpleegkundigen in te zetten voor hetzelfde aantal patiënten worden de verantwoordelijkheid en de werkdruk verlaagd. Patricia Jonk, zorgcoördinator beschouwend, vertelt erover.

“Eerder had een verpleegkundige in de dagdienst de verantwoordelijkheid voor zes patiënten, tijdens de avonddienst voor negen patiënten en ’s nachts voor een hele unit van achttien patiënten. Dit werd al lange tijd door veel medewerkers als een zware belasting ervaren. In de bijeenkomsten die de nieuwe zorgmanager en de nieuwe afdelingshoofden over de fusie organiseerden werd dit ook steeds genoemd. In dat kader bleek tevens dat in Hoorn een andere berekening wordt gebruikt om de zorgindex – de hoeveelheid patiënten per verpleegkundige – vast te stellen. Dat is nu gelijkgetrokken, met als resultaat dat er tegenwoordig in de dagdienst één verpleegkundige op vier à vijf patiënten wordt ingeroosterd, in de avonddienst één op negen en in de nachtdienst één op twaalf.”

Personeelstekort
Hoewel de verpleegindex nu is verhoogd, lukt het nog niet helemaal om die in de praktijk te handhaven. “We hadden al een best groot personeelstekort – mede door de onzekerheid van de fusie en de hoge werkdruk – en die is met deze berekening alleen maar groter geworden. Vooral in de nachtdienst is de formatie nog niet op orde; de wil is er wel, maar het benodigde personeel ontbreekt. Toch zijn we met z’n allen heel blij met de verhoogde verpleegindex! We voelen ons gehoord en het geeft een goed gevoel dat er daadwerkelijk actie is ondernomen. En nu er ook steeds meer duidelijk wordt over de gevolgen van de fusie, gaan we hopelijk een rustiger tijd tegemoet.”